Bij afbraak, funderingswerken, uitgravingen of ingrijpende verbouwingen kan trillings- of zettingsschade ontstaan aan aanpalende gebouwen. Zonder vaststelling vooraf is achteraf moeilijk te bepalen of een scheur nieuw is of al bestond.
Een plaatsbeschrijving vóór de werken beschermt beide kanten: de bouwheer en aannemer tegen onterechte claims, de buur tegen schade die niet erkend wordt.
Wat wordt vastgelegd?
- Gevels, voegwerk en buitenschrijnwerk van het aanpalende pand
- Bestaande scheuren, met plaats, lengte en breedte
- Binnenafwerking in de ruimtes die het dichtst bij de werf liggen
- Vloeren, tegelwerk en plafonds die gevoelig zijn voor trillingen
- Terreinen, opritten, muurtjes en afsluitingen aan de perceelgrens
Tegensprekelijk of eenzijdig?
Een plaatsbeschrijving die door alle betrokken partijen aanvaard wordt, heeft doorgaans meer bewijswaarde dan een eenzijdige vaststelling. Nodig de buur dus schriftelijk uit om deel te nemen en bewaar die uitnodiging.
Weigert een buur, dan kan een eenzijdige vaststelling nog steeds nuttig zijn als aanwijzing, maar ze bindt de andere partij niet zonder meer.
Na de werken
Een vergelijkende opname na de werken maakt zichtbaar wat er veranderd is. Die tweede vaststelling geeft de eerste pas haar volle waarde.